Paul Veth ziet het patroon steeds terugkomen: iemand koopt een betere microfoon, betere verlichting, misschien een studio of een greenscreen. Al snel gaat het om vijf-, tien-, soms twintigduizend euro aan apparatuur. En dan, op het moment dat de eerste opname moet beginnen, ontstaat er een onzichtbare koppeling in het hoofd. Beste apparatuur betekent automatisch dat de beste aflevering eruit moet komen. Die koppeling klopt niet, en juist daardoor komt die eerste opname er vaak nooit.
De eerste aflevering is de beste die je hebt tot je de tiende hebt opgenomen. En die tiende is weer minder goed dan de honderdste. Dat is de volgorde waarin groei werkt, niet andersom. Wie eerst de perfecte omgeving bouwt, zet de lat zo hoog dat de eerste stap onmogelijk aanvoelt.