
Waarom focus op concurrentie je bedrijf laat verliezen
Focus op concurrentie verandert je oplossing in het probleem. Je wint pas als je teruggaat naar de klant en het echte doel, niet naar de strijd met je buurman.

Focus op concurrentie verandert je oplossing in het probleem. Je wint pas als je teruggaat naar de klant en het echte doel, niet naar de strijd met je buurman.
Als je focus verschuift naar het verslaan van concurrenten, verlies je iedereen, ook jezelf. De strijd wordt het doel in plaats van de klant.
Paul Veth had zijn eigen kroeg in Breda, in een straat met meerdere andere kroegen. Zijn locatie was een C-locatie: de plek waar mensen als derde naar binnen lopen, na de A- en B-locaties. Dat voelde als achterstand, en die achterstand werd een obsessie. Hij wilde winnen van de andere kroegen in de straat.
De andere eigenaren voelden dat meteen. Ze gingen in de tegenaanval en behandelden hem als concurrentie terug. Maanden lang wisselden ze elkaar af: de een won die avond, de ander de volgende. Aan het einde van de streep verloren ze allemaal, want ze waren aan het vechten in plaats van aan het bouwen.
Het omslagpunt kwam toen Paul Veth zich afvroeg wat het eigenlijke doel was. Niet winnen van de buurman. Meer gasten in zijn kroeg. Zolang de hele straat hetzelfde aantal mensen deelde, kon niemand winnen, hoe hard er ook gevochten werd. Hij stapte naar de andere kroegeigenaren en stelde voor om samen te werken in plaats van te concurreren.
Door te stoppen met vechten en samen de straat aantrekkelijker te maken, groeide het aantal bezoekers van ongeveer 1.000 naar 3.000 mensen per weekend.
Zodra de kroegeigenaren stopten met vechten, veranderde alles. Ze organiseerden samen entertainment voor de hele straat, maakten de straat prettiger om naartoe te komen en spraken positiever over elkaar in plaats van negatief. Paul Veth merkte dat mensen sneller naar een prettige, positieve eigenaar toe komen dan naar iemand die zichtbaar in een concurrentiestrijd zit.
Het resultaat was direct meetbaar. De straat ging van rond de 1.000 bezoekers naar 3.000 bezoekers, en iedereen profiteerde. Dit is het verschil tussen een zero-sum spel, waarbij winst voor de een verlies voor de ander betekent, en een positive-sum spel, waarbij de hele markt groeit. Die competitieve aanpak kan in sommige situaties nog steeds nodig zijn, maar het samenwerkingsmodel werkt bijna altijd beter.
Als je een oplossing bouwt voor een probleem en er daarna te veel op focust, wordt de oplossing zelf een obstakel. Werkt de oplossing niet meer, ga dan terug naar het oorspronkelijke probleem.
Paul Veth trekt hier een breder inzicht uit dan alleen de horeca. Elke ondernemer bouwt een oplossing, een product of dienst, voor een klant met een probleem. Zodra die oplossing niet meer werkt, is de reflex om harder te duwen op de oplossing zelf. Maar vaak is de oplossing niet het probleem, is de manier waarop je erover denkt het probleem.
Marketing, concurrentiestrijd, extra diensten: het kan allemaal ruis worden als het je afleidt van de vraag of je klant nog steeds geholpen wordt. Bij zijn kroeg was het doel nooit de andere bars verslaan. Het doel was mensen een geweldige avond geven. Zodra dat weer het uitgangspunt werd, verdween de noodzaak om de concurrentie kapot te maken vanzelf.
Herzie regelmatig, bijvoorbeeld per kwartaal of per jaar, of je huidige aanpak nog bijdraagt aan je oorspronkelijke doel of dat die inmiddels in de weg staat.
Volgens Paul Veth is de vraag die je jezelf steeds opnieuw moet stellen simpel: brengt wat ik nu doe mijn doel dichterbij, of staat het in de weg? Dat doel is meestal helder: een bepaald aantal mensen helpen met je oplossing. Alles wat daaraan bijdraagt is functioneel. Alles wat daar niet aan bijdraagt is ruis, ook als het voelt als hard werken.
Die herziening moet je niet één keer doen en daarna vergeten. Elk kwartaal, elk jaar, of op een ander vast moment, kijk je terug in de spiegel en vraag je jezelf af of de secundaire problemen die je aanpakt nog steeds legitiem zijn. Soms is er een echt tweede probleem dat moet worden opgelost om je oplossing bij de juiste mensen te krijgen. Maar dat blijft de uitzondering, niet de regel.
Bij een zero-sum aanpak win je alleen als een ander verliest, zoals bij concurrentiestrijd om dezelfde klanten. Bij een positive-sum aanpak groeit de hele markt, waardoor meerdere partijen tegelijk kunnen winnen. Paul Veth ervaarde dit zelf toen samenwerking met concurrerende kroegen het totale aantal bezoekers in de straat verdrievoudigde.
Concurrentiestrijd geeft een direct gevoel van winnen of verliezen, en dat voelt tastbaar en bevredigend op korte termijn. Maar dat gevoel zegt niets over of je daadwerkelijk dichter bij je eigentlijke doel komt. Veel ondernemers verwarren de korte termijn kick van winnen met echte vooruitgang.
Vraag je af of de oplossing nog steeds het originele probleem van je klant oplost, of dat je er vooral tijd en energie in steekt zonder resultaat. Werkt de oplossing niet meer zoals gewenst, ga dan terug naar het beginpunt in plaats van harder te duwen op dezelfde aanpak.
Er is geen vaste regel, maar een vast ritme helpt, bijvoorbeeld elk kwartaal of elk jaar. Op dat moment vraag je jezelf af of je huidige activiteiten nog bijdragen aan je oorspronkelijke doel of dat ze inmiddels ruis zijn geworden die je alleen maar afleidt.
De stelling hier is helder: wie zijn energie richt op concurrenten, verliest uiteindelijk de klant uit het oog. Herken je dit in je eigen bedrijf of branche, en wat hielp jou om de focus terug te leggen waar die hoort?